Nederland ook in 2018 innovatieleider?

27-09-2017

Snel een kabinet vormen; het land heeft immers sturing nodig. Bovendien dienen er een aantal minder prettige beslissingen te worden genomen’. Dit was destijds de boodschap bij de kabinetsformatie in 2012. Na jaren van bezuinigen en minder leuke boodschappen, geven de goede economische rapportcijfers in 2016 van het kabinet Rutte II weer vertrouwen, zo lijkt het tenminste. Dit vertrouwen is misschien wel het meest zichtbaar in de opbloeiende huizenmarkt, waar de prijzen weer als vanouds lijken te stijgen en er een gebrek aan vakmensen lijkt te ontstaan. Mensen durven weer te investeren in nieuwe keukens en badkamers, ook de drukte op Schiphol weerspiegelt dit vertrouwen. Nederland haar sterke economische positie is mede beïnvloed door de innovatiegerichte, proactieve overheid. Zet het toekomstige kabinet de huidige lijn voort? Gaan ze de inzet op innovatie nog meer versterken en private investeringen uit het bedrijfsleven stimuleren?

Belang van een sterk innovatieklimaat

Nederland speelt al jaren een belangrijke rol binnen het Europese innovatieklimaat. Sinds 2016 mag Nederland zich zelfs innovatieleider noemen. Ter indicatie, in zes jaar tijd is de Nederlandse innovatiekracht ten opzichte van de Europese Unie relatief gezien met 10,4% gestegen. In 2010 was onze innovatiekracht nog 19,1%, momenteel zitten we op 29,5% en daarmee ruim boven het Europese gemiddelde (RVO, 2017). Ook de R&D-barometer van VNO-NCW geeft eenzelfde optimistisch beeld (VNO-NCW, 2017).

Dit soort ranglijstjes en percentages zijn interessant, maar een gemiddelde organisatie kan hier vrij weinig mee. Daar is de dagelijkse werkelijkheid het feit dat innoveren veel geld kost en bovendien gepaard gaat met risico’s. Het bedrijfsleven heeft de afgelopen jaren aangetoond deze risico’s te willen nemen. Een houding die mede bepalend is geweest voor het herwonnen vertrouwen binnen de Nederlandse economie. Een houding die raakt aan de veel gehoorde stelling onder economen dat ‘innovatiekracht bepalend is voor toekomstige welvaart’. Anderzijds mag het Nederlandse bedrijfsleven nog wel een stap zetten als we dezelfde ranglijsten mogen geloven.

Hoe behouden we onze sterke positie?

Door intensieve samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijven en overheden (ook wel Triple Helix genoemd) is de innovatiekracht en het concurrentievermogen van Nederland slim georganiseerd. Onze sterke positie is daarnaast mede tot stand gekomen door het aantrekkelijke financieringsklimaat en de mogelijkheid tot het delen van risico’s. De WBSO, MIT, Innovatiebox en SDE+ zijn voorbeelden van financieringsinstrumenten die alom gewaardeerd worden. Deze instrumenten zijn afgelopen jaren succesvol gebleken en weerspiegelen een ondernemende overheid die extra investeringen door het Nederlandse bedrijfsleven uitlokt.

Binnen kennisinstellingen is het financieringsklimaat de afgelopen jaren echter lastiger geworden. De strijd om additionele financiering is binnen de onderzoekswereld zwaar. Bovendien hebben de specifieke subsidieprogramma’s, zoals Horizon 2020, een bijzonder lage slaagkans met als nadelig gevolg dat een aantal toponderzoekers vertrokken zijn naar financieel zonnigere oorden, dan wel hun onderzoek gestaakt zijn.

Toegang tot financiering voor álle partners binnen de Tripple Helix blijft belangrijk voor toekomstige innovatie en het behouden van onze Europese koppositie. Hier ligt mijns inziens een mooie uitdaging voor het nieuwe kabinet: zorgen dat innovatie en de funding daarvan een prominente plek in het regeerakkoord krijgen.

-

Bas van Engelen | Subsidie-expert & Manager vestiging Eindhoven | Hezelburcht Subsidieadviesbureau | www.hezelburcht.com

Mariecke van Vugt
Hezelburcht